5 De zorg voor kinderen
De opvang van nieuwe kinderen in de school
De leerlingen komen voornamelijk uit de wijk ‘Dichteren’. Aangezien ouders de vrijheid van schoolkeuze hebben, kunnen ook kinderen uit andere gebieden, na overleg, bij ons op school komen. Om als leerling te worden toegelaten moeten kinderen de leeftijd van 4 jaar hebben bereikt. Voorafgaande aan die vierde verjaardag komt het kind twee keer onder schooltijd kennismaken, om zo geleidelijk aan school te wennen. Ouders die hun kind aanmelden, kunnen nadat zij een gesprek hebben gehad met de directie of incidenteel met de intern begeleider, een rondleiding binnen de school krijgen. Eén en ander wordt zoveel mogelijk tijdens schooluren gepland, om zodoende duidelijk de sfeer binnen de school te kunnen ‘proeven’.
Het volgen van de ontwikkeling van de kinderen in de school
Kinderen zijn niet gelijk en ontwikkelen zich dan ook niet hetzelfde. De één is meer geïnteresseerd in taal, een ander in creatieve vakken, sommige kinderen hebben een grote woordenschat, bij andere kinderen is dat nog een ontwikkelpunt. Het “gemiddelde kind” bestaat immers niet. Dat betekent dat het nodig is de ontwikkeling van kinderen goed te volgen en de activiteiten zodanig te organiseren dat een zo optimaal mogelijke schoolloopbaan gerealiseerd kan worden. Hiervoor is een goed werkend
leerlingvolgsysteem onontbeerlijk. Dit streven van onze school om zoveel mogelijk rekening te houden met de mogelijkheden en beperkingen van ieder kind, heet
zorgverbreding.
Dit betekent in de praktijk dat we voor de korte en lange termijn de vorderingen van de leerlingen goed evalueren. Met de methodegebonden toetsen voor een bepaald vakgebied kunnen we de vorderingen goed meten. Maar we willen natuurlijk ook weten in hoeverre de leerlingen de gestelde onderwijsdoelen bereikt hebben, gerelateerd aan regionale en/of landelijke normen. Hiervoor gebruiken we de toetsen van het Cito leerling en onderwijsvolgsysteem (LOVS)
Signaleren, diagnosticeren, remediëren
Signaleren gebeurt in de groepen aan de hand van groepsobservaties en vorderingsoverzichten, die van elke leerling worden bijgehouden. Signaleren is de taak van iedere groepsleerkracht. Diagnosticeren is het in kaart brengen van gesignaleerde problemen. Dit vindt plaats m.b.v. diagnostische toetsen en gerichte observaties die worden uitgevoerd door de groepsleerkracht of de interne begeleider. Bij remediëren denken wij niet alleen aan de reguliere hulp die iedere leerkracht aan één of meer leerlingen biedt, maar ook aan de extra hulp die gegeven wordt. Dit nadat de gesignaleerde problemen zijn gediagnosticeerd en nadat de betreffende leerling is besproken in een leerlingbespreking. Mogelijk kan de extra ondersteuning van de remedial teacher ook wenselijk zijn.
De leerlingbespreking
Kernpunt van de speciale leerlingenzorg binnen onze school is de leerlingbespreking. In de leerlingbespreking worden met behulp van de informatie van de klassenleerkracht de problemen van de leerling besproken binnen het team. Daarna worden er afspraken gemaakt over verder te nemen stappen in de leerlingenzorg. Er kan worden besloten een
handelingsplan op te stellen, waarin tenminste is opgenomen:
- wat willen we met remediëren bereiken
- op welke termijn willen we het gestelde doel bereiken
- wat wordt er gedaan
- welke extra hulpmiddelen worden gebruikt
- wie voert / voeren het handelingsplan uit
- eventuele organisatorische maatregelen
- wanneer en hoe de evaluatie plaatsvindt
De evaluatie van zo'n handelingsplan is ook onderwerp van een leerlingbespreking.
Eerstverantwoordelijke voor de uitvoering van het handelingsplan is de groepsleerkracht. Hij/zij kan zich bij de uitvoering laten bijstaan door collega’s en/of de remedial teacher of de interne begeleider.
Momenten waarop met een handelingsplan kan worden gewerkt:
- tijdens het zelfstandig werken
- tijdens de inloop
- na schooltijd
- met behulp van een collega in de tijd van een vakleerkracht
- met behulp van een collega die hiervoor extra taakuren heeft gekregen
- met de hulp van een ouder
Er kan ook uit een leerlingbespreking komen dat het wenselijk/ noodzakelijk is om nader onderzoek te laten verrichten door externen.
Adaptief onderwijs
Doelstelling:Zoals u in hoofdstuk 3 hebt kunnen lezen willen we als schoolteam werken aan onderwijs dat tegemoet komt aan de mogelijkheden van kinderen.
Uitgangspunten hierbij zijn de drie basisbehoeften van de leerlingen:
- geloof en plezier hebben in eigen kunnen (competentie)
- ervaren dat mensen je waarderen om wie je bent en met je om willen gaan en ook de wijze waarop jij met anderen omgaat (relatie)
- ervaren dat je zelfstandig en onafhankelijk iets voor elkaar kunt krijgen en dat je daar zelfvertrouwen uitput (autonomie)

Tijdens het werken probeert de leerkracht de leerlingen
uit te dagen om te leren en op verkenning te gaan. Ze zoveel mogelijk te
ondersteunen en
vertrouwen te geven in eigen mogelijkheden. Als leerkracht houdt je de zone van de naaste ontwikkeling steeds voor ogen. Je biedt de leerlingen steeds voldoende uitdaging, zodat zij een stap verder komen in hun ontwikkeling.
Wat zien we in de groepen:Leerlingen zijn gegroepeerd volgens het leerstofjaarklassensysteem (m.u.v. de groepen 1 en 2). Aan de basis van ons onderwijs staan de vier regels die in elk lokaal naar de leerlingen toe zichtbaar zijn gemaakt d.m.v. vier kaarten: we hebben respect voor elkaar; we zijn zuinig op onze materialen; wat we zelf kunnen, doen we zelfstandig en we storen elkaar niet.
- In ons pedagogisch/didactisch handelen zijn deze vier regels verweven. De leerlingen worden regelmatig concreet op deze kaarten geattendeerd.
- Er wordt in elke groep gebruik gemaakt van een instructietafel.
- De instructie van de leerkrachtgebonden lessen vindt plaats volgens het model 'directe instructie'( In het model ‘directe instructie’ wordt de instructie gegeven volgens de volgende fases: terugblik op de vorige les; wat weten de leerlingen al van het onderwerp; aangeven van het doel van de les; aanbieden van de nieuwe informatie; nagaan of instructie begrepen is; onder begeleiding toepassen van de kennis; zelfstandig toepassen van geleerde kennis; evaluatie en vooruitblik).
- Leerkrachten geven positieve feedback op het werk en het gedrag van leerlingen wanneer dat gepast is.
- Bij instructiemomenten wordt na het stellen van een vraag een denkpauze ingelast. Daarna geeft de leerkracht beurten, zonder dat er vingers opgestoken worden.
- De leerkracht neemt niet alleen genoegen met het goede antwoord (product), maar wil graag weten hoe de leerling tot het antwoord is gekomen(proces).
- Sommige leerlingen krijgen een individuele leerlijn (zie onze zorgstructuur).
- Leerkrachten bevorderen dat leerlingen successen aan zichzelf toeschrijven en houden daarbij rekening met verschillen in zelfvertrouwen.
- Er zijn momenten voor zelfstandig werken en coöperatief leren ingeroosterd . Dit laten we aan de kinderen zien door middel van dagritmekaarten.
- Er zijn afspraken rondom het zelfstandig werken gemaakt, waarbij het planbord(gr. 1 t/m 4) en het planformulier(gr. 5 t/m 8) belangrijke hulpmiddelen zijn.
- Elke leerling in groep 3 t/m 8 beschikt over een blokje, waarmee kenbaar gemaakt kan worden dat hulp van de leerkracht nodig is.
- Dagelijks is er een terugblik waarin de dag wordt doorgenomen en besproken wordt wat goed ging en wat minder goed.
Hulpmiddelen:- planbord (groep 1 t/m 4)
- papieren planningsformulier (groep 5 t/m 8)
- vier hoofdregels op kaarten
- rood-groen blokje
- dagritmekaarten
- materialen voor coöperatief leren
De intern begeleidster (i.b.)
Op onze school zijn twee leerkrachten belast met de interne begeleiding. De interne begeleider is de coördinator van de zorg. Het beheer van de informatie met betrekking tot leerlingen die extra zorg nodig hebben, wordt door haar gedaan. Dit mede door middel van het bijhouden van een leerlingdossier. Tijdens de leerlingbespreking (4 x per jaar) is de interne begeleider de voorzitter. Vooraf wordt door haar de gesignaleerde leerling met de leerkracht besproken. Zij kan eventueel assisteren bij het opstellen van een leerlingbespreek-formulier en/of verslag ter voorbereiding van de vergadering. Verder leidt zij de groepsbespreking, waarbij samen met de groepsleerkracht de groep besproken wordt. Dit gebeurt twee maal per jaar. Op verzoek van de groepsleerkracht, of op initiatief van de ib-er zelf, kan zij binnen de groep observeren. De intern begeleider onderhoudt ook de contacten met de orthopedagoog met betrekking tot de zorg binnen onze school (onderzoeken en observaties verrichten, oudergesprekken bijwonen, etc.).
De remedial-teacher (r.t.)
Op onze school is een r.t.-leerkracht aanwezig. De remedial-teacher doet o.a. onderzoek naar aanleiding van gesignaleerde problemen. Zij geeft advies aan de groepsleerkracht en assisteert bij het vervaardigen c.q. uitvoeren van handelingsplannen. Verder is haar taak het begeleiden van individuele kinderen of soms het begeleiden van groepjes kinderen, met leeren/ of gedragsproblemen. De remedial teacher kan aanwezig zijn bij advies-, of oudergesprekken, indien de groepsleerkracht daar om vraagt.Daarnaast kunnen wij een beroep doen op de dyslexie-expert binnen onsbestuur.
Contact met ouders
Ouders worden van tevoren ingelicht, indien een leerling (op papier) tijdens een leerlingbespreking wordt ingebracht en/of er een handelingsplan structureel wordt toegepast. Tevens hebben ouders recht op een kopie van het onderwijskundig rapport van hun kind. Deze moet ingevuld worden wanneer een kind naar Sbao of So gaat. Ouders hebben natuurlijk ook inzage in het overige (zorg)dossier van hun kind(eren).
Verwijzing
Mocht blijken dat na uitgebreide en langdurige extra hulp en onderzoeken de gewenste ontwikkeling uitblijft, dan kan tijdens een leerlingbespreking worden besloten dat het beter is voor het kind om zijn schoolloopbaan in het Speciaal Basis Onderwijs (SBAO) of Speciaal Onderwijs (SO) te vervolgen. De ouders spelen in deze procedure een belangrijke rol. Voor iedere stap wordt met hen intensief overleg gepleegd.
Samenhang met het zorgplan
Binnen ons samenwerkingsverband W.S.N.S (Weer Samen Naar School) wordt bekeken wat de mogelijkheden zijn en welke procedure gevolgd moet worden. Deskundigen beoordelen of het kind inderdaad is aangewezen op speciaal onderwijs. Deze deskundigen vormen de Permanente Commissie Leerlingzorg (PCL) en beoordelen de aanvraag voor verwijzing naar het special basisonderwijs of het speciaal onderwijs. De PCL geeft een beschikking af. Binnen 6 weken na uitgifte kan tegen deze beschikking bezwaar worden ingediend bij de PCL. Alvorens de PCL een besluit neemt, moet het bezwaarschrift met alle stukken voor advies worden toegezonden aan de Regionale Verwijzingscommissie Primair Onderwijs (RVC-PO). De RVC-PO brengt binnen 4 weken advies uit. De PCL hoeft dit advies niet op te volgen, maar moet het wel kenbaar maken aan de indieners. Leerlingen met een PCL beschikking, die toelating tot onze school verzoeken, doorlopen een procedure. Dit geldt ook voor leerlingen uit het speciaal basisonderwijs m.b.t. een eventuele terugplaatsing naar het reguliere onderwijs. Formeel melden de ouders de leerling aan bij de PCL. Het speciaal basisonderwijs bepaalt de plaatsing van de leerling.
Toelating en zorg op maat voor kinderen met een handicap
Het bevorderen van de integratie van gehandicapten in de samenleving is al jaren een belangrijk onderwerp. Ook in het onderwijs gaat dit nu een rol spelen. Vanaf 1 augustus 2003 kunnen ouders van een kind met een handicap kiezen uit meerdere mogelijkheden. Zij kunnen hun kind aanmelden bij een school voor speciaal onderwijs gericht op het onderwijs aan kinderen met die speciale handicap, b.v. een school voor slechtzienden. Zij kunnen er ook voor kiezen om toelating te verzoeken tot een gewone basisschool of een school voor speciaal basisonderwijs. Ook onze school heeft een stappenplan ontwikkeld om over toelating van een kind met een handicap in overleg met de ouders en betrokken instanties een verantwoord besluit te kunnen nemen. Kernvraag daarbij zal steeds zijn of wij als school het kind die hulp kunnen bieden die het nodig heeft. Is het antwoord daarop positief dan zal een duidelijk handelingsplan de basis moeten vormen voor de juiste zorg op maat voor dit kind. De stappen om te komen tot een verantwoorde toelating, maar ook die nodig zijn voor het opstellen van een handelingsplan zijn vastgesteld in een beleidsdocument dat op school aanwezig is.
Procedure bij verzoek tot plaatsing van een leerling met overige extra zorg:
- Er wordt een afspraak gemaakt voor een gesprek. Hierbij is ook de ib-er aanwezig.
- Komt de leerling van een andere basisschool, dan dienen de ouders hier eerst de eigen school over te informeren, voordat een gesprek wordt aangegaan.
- In het gesprek zal de ouders worden verzocht alle gegevens, die nodig zijn voor een juiste beoordeling, aan te leveren. Te denken valt dan aan onderwijskundig rapport, toetsoverzichten, LOVS uitdraai en rapport.
- Wij geven ouders in het eerste gesprek aan dat contact gezocht zal worden met de school van herkomst.
- Betreft het een leerling, die nog niet is ingeschreven op een basisschool, dan zal naast het intakegesprek een tweede gesprek met de ib-er volgen. Er zal tevens informatie opgevraagd worden bij het kinderdagverblijf of peuterspeelzaal. Indien wenselijk doet de ib-er een observatie van de (nieuwe) leerling op de andere school, peuterspeelzaal, kinderdagverblijf of medisch kinderdagverblijf.
- Kernpunt van het gesprek dient altijd te zijn: Kunnen wij de zorg bieden, die gevraagd wordt? Het belang van het kind dient altijd centraal te staan.
- Na bestudering van de gegevens, waarbij punt 6 als leidraad geldt, zal de school de ouders zo snel mogelijk informeren of plaatsing mogelijk is.
Passend onderwijs
In ons land is een uitgebreid aanbod aan speciale scholen ontstaan voor kinderen die extra zorg nodig hebben vanwege een handicap, stoornis, leer- of gedragsmoeilijkheden. De laatste jaren zijn deze zorgleerlingen zoveel mogelijk ondergebracht in het reguliere basis- en voortgezet onderwijs. Daarvoor zijn de programma’s Weer Samen Naar School (WSNS), de Leerling Gebonden Financiering (LGF) en het Leerwegondersteunend onderwijs/Praktijkonderwijs (LWOO/PRO) opgezet. Scholen kunnen hiermee binnen hun onderwijsaanbod ook een zorgcomponent (zogenaamd zorgarrangement) inbouwen en beter inspelen op de vraag.
Een complex stelsel probeert recht te doen aan de belangen van scholen en de verlangens van ouders en leerlingen. Toch zorgen alle regels bij elkaar ervoor dat te veel leerlingen hun plaats niet - of alleen met zeer veel moeite - vinden.
In de nabije toekomst gaat dit hopelijk veranderen. Dan geldt voor alle scholen de zorgplicht. Dit houdt in dat elke school/elk schoolbestuur ieder kind goed en passend onderwijs moet bieden. Op welke wijze passend onderwijs precies vorm wordt gegeven is op dit moment onderwerp van gesprek in de politiek.
Hoogbegaafde kinderen
Kinderen, waarbij door onderzoek is komen vast te staan dat zij vallen onder de categorie ‘hoogbegaafde kinderen’, hebben zeker de volle aandacht van het team. Binnen de groep zal zoveel mogelijk geprobeerd worden om ook aan de specifieke wensen van deze leerlingen tegemoet te komen (zie ook ‘Overslaan van een groep’).
Dit kan door sneller door de lesstof te gaan al of niet in combinatie met extra verrijkingsstof. We hebben een protocol gemaakt rondom de (hoog)begaafde leerling. We werken met een verrijkingsgroep, deze groep leerlingen krijgt gedurende een aantal dagdelen per maand een speciaal programma aangeboden.
Dyslexie
Het kan voorkomen dat er bij een kind sprake is van dyslexie of dat er vermoedens zijn die in deze richting wijzen.Met dyslexie wordt een stoornis bedoeld die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren en het accuraat en/of vlot toepassen van het lezen en/of het spellen op woordniveau (definitie van dyslexie volgens de Stichting Dyslexie Nederland.)Er is een wezenlijk onderscheid tussen dyslexie en spellingszwakke of leeszwakke kinderen. Indien kinderen lees en/of spellingproblemen hebben, zullen wij hen begeleiden zoals een dyslexie-aanpak vraagt (zie dyslexieprotocol).
Bij vermoedelijke dyslexie kan er een dyslexieverklaring afgegeven worden door bijvoorbeeld IJsselgroep. Dit gebeurt na intensieve leesbegeleiding gedurende 24 weken (3 keer per week) en een aanvullend onderzoek.
Per 1 september 2009 kunnen de kosten van dyslexieonderzoek en de behandeling van 7- en 8-jarigen die geboren zijn na 1 januari 2001 vergoed worden door ziektekostenverzekeraars. In 2010 geldt dit voor 7- 8- en 9- jarigen. Er mag hierbij geen sprake zijn van één of meer andere (leer)stoornissen, zoals ADHD e.d.
Mochten ouders/verzorgers op eigen initiatief bij een ander landelijk genormeerd onderzoeksbureau een dyslexieonderzoek laten doen,is dit altijd voor eigen rekening. Wij willen graag een kopie van het onderzoek ontvangen, om te bezien of iedereen op hetzelfde spoor zit. Dit kan invloed hebben op de aansturing van de adequate handelingsplanning waarmee ze tot dat moment bezig zijn.
Doorstroom
De doorstroom vindt jaarlijks plaats. Aangezien alle groepen in het kader van de zorgverbreding regelmatig geobserveerd en getoetst worden, zijn de kinderen waar twijfels over zijn, voor wat betreft de jaarlijkse doorstroming, onderwerp van gesprek bij de leerlingbespreking. Het advies van het team kan zijn dat een leerling beter nog een jaar in dezelfde groep kan blijven. Indien ouders en groepsleerkracht niet tot overeenstemming kunnen komen, zal het advies van de directeur in deze doorslaggevend zijn. Zie ook het volgende hoofdstuk ‘zittenblijven’.
Zittenblijven
In onze groepen zal zoveel mogelijk worden gelet op de mogelijkheden van het kind zelf en minder op de lesstof. Zittenblijven zal dan ook alleen worden overwogen, wanneer de ontwikkeling van het kind in gevaar dreigt te komen, bijvoorbeeld bij hiaten in de leerstof of onoverkoombare sociaal-emotionele problemen, bijzondere huiselijke omstandigheden of bij langdurige ziektes. Het moet in ieder geval in het belang van het kind zijn voor deze stap wordt genomen. Ouders worden hierbij gezien als belangrijke partner in het overleg. Mocht men ondanks zorgvuldig overleg niet tot een eensluidend oordeel komen, dan neemt de directeur, na alle argumenten te hebben gehoord, de uiteindelijke beslissing in welke groep een kind wordt geplaatst.
Overslaan van een groep
Zoals in het hoofdstuk ‘hoogbegaafde kinderen’ al is beschreven hebben (hoog)begaafde kinderen ook extra zorg nodig. Veel van deze kinderen zijn op een aantal gebieden hun leeftijdgenoten ver vooruit en worden niet voldoende uitgedaagd door de normale leerstof voor de basisschool. Aan deze kinderen moet dus, zoals al is geschreven, naast de normale stof extra materiaal worden aangeboden. In heel speciale gevallen kan het voorkomen dat zo'n leerling een groep overslaat. Het moet dan wel op alle gebieden zijn leeftijd ver vooruit zijn en niet alleen bij lezen, taal en rekenen. Heel belangrijk is dat een kind dit op sociaal-emotioneel gebied aan kan. Het voelt zich anders bij oudere kinderen zeer ongelukkig. Over deze stap moet daarom goed overleg tussen ouders, leerkrachten en interne begeleider plaatsvinden. In veel gevallen wordt de Schoolbegeleidingsdienst hierin betrokken.
De directeur blijft eindverantwoordelijk en neemt de uiteindelijke beslissing of een kind een groep kan overslaan.
Rapportage

De ouders van kinderen in groep 1 en 2 worden twee maal per jaar uitgenodigd voor een contactavond om de ontwikkeling van hun kind te bespreken. De kinderen van groep 3 t/m 7 krijgen driemaal per jaar een rapport mee naar huis. Voor groep 3 is het twee maal per jaar een werkrapport en het laatste rapport is een cijfer/letter rapport. Groep 8 krijgt alleen aan het begin en einde van het schooljaar een rapport mee. In februari is er voor groep 8 een uitgebreide rapportage n.a.v. de Cito eindtoets.
Vanaf eind groep 3 wordt, voorafgaand aan het meegeven, het rapport individueel met de kinderen besproken. Tevens wordt u uitgenodigd om het rapport met de leerkracht te bespreken in een tien minuten gesprek. Indien daar aanleiding toe is, wordt u tussentijds uitgenodigd voor een gesprek. Als u zelf behoefte heeft aan een gesprek kunt u altijd een afspraak maken met de leerkracht.
Doorstroom in de groepen 1 en 2
Ooit was er een zelfstandige kleuterschool naast een zelfstandige lagere school. In die tijd werd het begrip schoolrijpheid gebruikt waarmee de mate van geschiktheid om te starten in de eerste klas (groep 3) werd aangegeven. En een tweede gegeven, nl de geboortedatum. Die datum had niets te maken met de ontwikkeling van de leerling, maar met de bekostiging. 1 oktober was de teldatum!
Tegenwoordig heeft die datum van 1 oktober geen functie meer bij het beslissen over de voortgang naar de volgende groep. De
behoeften en de
ontwikkeling van de leerlingen zijn steeds uitgangspunt voor het onderwijsaanbod en de begeleiding van de leerlingen, van groep 1 t/m 8. Het automatisme van die datum kan niet meer! We hebben dit in een protocol “herfstkinderen” vastgelegd.
Wij bekijken
individueel hoe ver een kind is in zijn/haar ontwikkeling. Hiervoor gebruiken wij de volgende hulpmiddelen:
- Cito-leerlingvolgsysteem Taal voor kleuters
- Cito-leerlingvolgsysteem Ordenen voor kleuters
- PRAVOO-leerlingvolgsysteem
- Observaties van de groepsleerkracht
Op deze manier volgen wij de individuele ontwikkeling van de kleuters op
verschillende gebieden:
- kringgedrag
- speelgedrag
- werkgedrag
- sociaal-emotioneel gedrag
- taal
- zintuiglijke waarneming
- motoriek
- omgaan met begrippen/hoeveelheden
- zelfredzaamheid
Deze genoemde gebieden komen overeen met de ontwikkelings-gebieden van het PRAVOO-leerlingvolgsysteem. Elk half jaar worden deze gebieden d.m.v. peilpunten in kaart gebracht.
Zo signaleren wij wanneer een kind bijvoorbeeld extra hulp nodig heeft op één bepaald vlak, maar ook of de gehele ontwikkeling langzamer verloopt dan gewenst of juist erg vlot. De criteria hiervoor bepalen wij niet zelf, maar liggen vast in het leerlingvolgsysteem.
Wanneer wij kinderen signaleren waarbij wij
twijfelen over wel/geen overgang naar een volgend leerjaar, dan hebben wij daar degelijke en objectieve instrumenten/observatielijsten voor om één en ander kort en overzichtelijk in kaart te brengen. Hierdoor wordt de te nemen beslissing duidelijk naar voren gebracht.
Op basis van al deze gegevens hebben wij een zodanig duidelijk beeld van een kleuter, dat wij op grond hiervan een weloverwogen beslissing kunnen nemen over het doorstromen naar een volgend leerjaar. We streven er dus naar dat de kinderen een ononderbroken ontwikkeling doormaken.
Zo willen wij elke kleuter díe tijd geven die het nodig heeft om een goede, stevige basis te vormen voor de resterende basisschoolperiode.Uiteindelijk nemen wij als school dus deze beslissing. Wij denken dat de hierboven uitgelegde werkwijze ‘recht’ doet aan elk kind, niemand is immers hetzelfde.
De begeleiding van de overgang naar het voortgezet onderwijs
In het kader van de overgang naar het voortgezet onderwijs wordt aandacht besteed aan belangstelling voor diverse beroepen, o.a. door excursies en eventueel gastlessen.

Tevens wordt voorlichting gegeven over het vervolgonderwijs aan de leerlingen en aan hun ouders. De school geeft ook voorlichting over het hoe en waarom van de Cito eindtoets. Deze toets wordt in principe door alle leerlingen gemaakt. Voorafgaand aan de afname van de Cito eindtoets kan er overleg plaatsvinden tussen de groepsleerkracht van groep 8 en de ib-er. Er zijn nl. omstandigheden denkbaar, zoals gediagnosticeerde leerachterstand of leerstoornis, die aanpassingen vragen m.b.t. de afname en/of de score van de toets (b.v. afname van een niveautoets). De beslissing over deze aanpassingen worden op schoolniveau genomen. De kwaliteit van onze school ligt niet in de hoogte van het schoolgemiddelde van de Cito eindtoets, maar in het feit dat in principe alle leerlingen deelnemen aan deze toets. De uitslag van deze toets zien wij als een bevestiging van het oordeel van de groepsleerkracht. En een niveau-indicatie voor een gefundeerde keuze van het voortgezet onderwijs voor de individuele leerling.
Met het rapport van de school en de uitslag van de Cito, wordt samen met kind, ouders en groepsleerkracht bekeken welke vorm van voortgezet onderwijs het beste zal zijn. De school geeft een advies, maar de ouders beslissen uiteindelijk bij welke school hun kind wordt aangemeld.
De procedure hiervoor is de volgende:
De ouders krijgen de uitslag van de entreetoets, deze wordt eind groep 7 afgenomen. Het definitieve advies wordt verstrekt ruim voor de officiële Cito- uitslag en de open dagen van het voorgezet onderwijs. De Cito uitslag is dan alleen nog een bevestiging van het gegeven advies. De loopbaan van onze leerlingen in het voortgezet onderwijs wordt door ons zoveel mogelijk gevolgd en het eerste jaar geëvalueerd met de mentor/mentrix van de desbetreffende school.
Buitenschoolse ondersteuning van leerlingen
Scholen wordt in toenemende mate de vraag voorgelegd om toestemming te verlenen voor onderzoek/begeleiding onder schooltijd door derden (denk aan logopedie, fysiotherapie, medisch psychologisch of didactisch onderzoek, medisch psychologische of didactische begeleiding). Die activiteiten worden in veel gevallen geïnitieerd en gefinancierd door de ouders. Hoe wij hier als o.b.s. Mozaïek mee omgaan kunt u lezen in het protocol buitenschoolse ondersteuning dat op school ter inzage ligt.
Verstrekken van onderwijskundige rapporten
Kinderen die de basisschool tussentijds verlaten krijgen voor de ontvangende school een onderwijskundig rapport mee. Bij de overgang naar het voortgezet onderwijs wordt van elke leerling een inlichtingenformulier naar de betreffende scholen gestuurd. Ouders krijgen een kopie van het onderwijskundig rapport.
Pesten
Op school is een pestprotocol aanwezig (ook voor u ter inzage). Onderdeel van dit protocol is een vragenlijst welke jaarlijks door de leerlingen van groep 6 t/m 8 wordt ingevuld. Conform dit protocol wordt door de leerkrachten gewerkt aan een goede sfeer en een prettig pedagogisch klimaat in de klas en op school. Veel belangrijker vinden wij het om preventief te werken. Door middel van afname van een sociogram en de schoolvragenlijst in de bovenbouw en het werken met onze SEO methode (zie hoofdstuk 4) proberen we zo veel mogelijk problemen te voorkomen.
Veiligheid
Vrijwel alle leerkrachten hebben de scholing BHV (bedrijfshulpverleners) gevolgd en houden die ook middels een jaarlijkse herscholing up-to-date. Verder hebben we twee contact vertrouwenspersonen te weten Esther Nijmeijer en Lianne Visser en ook een externe vertrouwenspersoon (voor naam en telefoonnummer : zie onze schoolkalender).
Ook hebben we een interne preventie medewerker dat is Silvie van Orden, zij stelt het ARBO beleidsplan op en stelt deze na regelmatig evalueren met het team bij.Verder heeft ons bestuur een centrale preventiemedewerker aangesteld.
Verwijsindex
Alle scholen van onze stichting zijn vanaf mei 2010 aangesloten bij de Verwijsindex Achterhoek. De verwijsindex is een digitaal systeem waarin professionals van verschillende organisaties en instellingen (bijvoorbeeld intern begeleiders in het onderwijs, zorgcoördinatoren en hulpverleners)een signaal kunnen afgeven wanneer zij zich zorgen maken over een kind tussen 0 en 23 jaar dat zij onder hun hoede hebben. Wanneer meerdere hulpverleners een signaal over hetzelfde kind afgeven in de Verwijsindex,dan krijgen zij elkaars contactgegevens. Zo kunnen professionals elkaar makkelijker en sneller vinden en beter afstemmen en samenwerken in de hulpverlening aan jeugdigen. Indien het gebruik van de verwijsindex bij uw kind aan de orde is, informeren wij u daarover. Meer informatie over de verwijsindex kunt u vinden op
www.verwijsindex-achterhoek.nl.